De kat met chronisch nierfalen is voor de rest van zijn/haar leven nierpatient. Helaas is nierfalen niet te genezen en de behandeling van een nierpatiënt berust vooral op het voorkomen van verergering van het nierfalen. Daarbij voelen veel katten met nierfalen zich een stuk beter als we een deel van de klachten kunnen verminderen.
De kwaliteit van leven wordt dus verbeterd.
Ernstig nierfalen: de kat eet niet meer en is apathisch
Indien de kat ernstige nierproblemen heeft dan nemen we de kat gedurende 3 a 4 dagen op in onze kliniek. In onze intensive care wordt de kat aan het infuus gelegd. Door de dialyse (= infuus) worden de slechte stoffen uit het lichaam gespoeld.
Ook kunnen we dan dagelijks met bloedcontroles nakijken hoe de tekorten in het lichaam aangevuld kunnen worden. Onze asistentes zullen de kat optimaal behandelen zodat het aan het eten komt.
Tijdens deze dagen in de opname zorgen we door de behandeling dat we de kat:
- minder misselijk te maken: Cerenia injecties (antibraak middel) en Ranitidine (maagzuurremmer)
- de eetlust stimuleren: Vitamine B, Ipaktitine en een paar keer per dag dwangvoeren
- nierdieet = laag eiwit gehalte voer geven: voorkomen dat de nieren door eiwitten in het bloed belast worden
- kalium tekort aanvullen: door injecties kaliumchloride en speciaal infuus (= Ringerslactaat)
- te hoog fosfaat in het bloed verminderen door Ipakitine of Renalzin
- Ace-remmers om gevenbloeddruk te verlagen en nierachteruitgang te voorkomen
- Veel te hoge bloeddrukverlagen met Amlodypine
- bloedarmoede afremmen door een anabool steroid injectie
- We voorkomen dat het infuus niet goed doorloopt met een speciale onderarmprothese.
Slaat de behandeling altijd aan?
Helaas kan het zijn dat een nierpatient zo slecht is dat het infuus geen verbetering oplevert. We monitoren de kat gedurende de dagen in onze opname. Indien het uitzicht hopeloos is of de prognose slecht dan zullen we dit met u doornemen en is er helaas een advies voor euthanasie, omdat het dierlijden wordt.
Als blijkt dat de behandeling aanslaat, we zien dit aan de bloedwaardes, dan kan uw kat naar huis met het speciale nierdieet en medicijnen. En kunnen we aan de hand van het laatste bloedonderzoek aangeven of er sprake is van een minder ernstig nierfalen.
Minder ernstig nierfalen: de kat eet nog en is nog attent en actief
Indien uw kat opgeknapt is na het infuus of uw kat is nog niet zo slecht dat we een infuustherapie adviseren dan kunnen we het thuis met speciaal nierdieet en medicijnen behandelen.
De behandeling bestaat uit een aantal punten.
Meer laten drinken.
Een kat met nierfalen drinkt vaak wat meer dan anders maar om uitdroging te voorkomen en de nierdoorbloeding te verbeteren moeten we ze stimuleren om nog meer te drinken.
Een kat kan op een aantal manieren gestimuleerd worden tot meer drinken
door stromend water aan te bieden (bijv. door drinkfonteintjes)
door blikvoer met extra water te geven
door de brokken te wellen in water
Eetlust stimuleren
Katten met nierfalen hebben vaak een verminderde eetlust door:
Maagzweren of ulcera in de maag
Bloedingen in de maag en de darmen uit de maagzweren
Misselijk en braken door uremie (bloedvergiftiging)
Constipatie (moeilijk poepen) door uitdroging
Hoe kunnen we katten stimuleren om meer te eten?
Voeding verwarmen. katten vinden dit vaak lekkerder
Maagzuurremmers (Raitidine) zijn goed voor de maagproblemen
Tegen de misselijkheid kan een antibraakmiddel (Cerenia) gegeven worden
Laxeermiddelen (Laxatract) kunnen gegeven worden ivm de constipatie.
De eetlust kan verhoogd worden met medicijnen (Periactin) en met vitamine B injecties.
Speciaal nierdieet
Om te zorgen dat er minder gifstoffen worden geproduceerd in het lichaam is het advies om een dieet te geven dat eiwitarm is en een laag fosfaatgehalte heeft. We adviseren het nierdieet K/D * van Hill's.
Bewezen is dat katten die een nierdieet krijgen langer leven en de kwaliteit van leven verbeterd wordt.
Ace-remmers
ACE-remmers zijn medicijnen die de bloeddruk verlagen en die het eiwitverlies via de nieren verminderen. Hierdoor wordt het verergeren van het nierfalen geremd. Tevens voelen katten zich beter door het gebruik van ACE-remmers. We gebruiken Fortekor omdat deze aceremmer door de lever uitgescheiden wordt en niet door de nieren.
Fosfaatremmers
Katten met nierfalen kunnen een verhoogd gehalte aan fosfaat in het bloed hebben. Omdat dit schadelijk is voor de nieren en de maag moet dit behandeld worden. Met nierdieet wordt de opname van fosfaat al beperkt maar het kan nodig zijn om extra fosfaatremmers toe te dienen. Dit is meestal in de vorm van een poeder (Ipakitine) of vloeistof (Renalzin) dat dagelijks door het eten gegeven moet worden.
Kaliumtabletten
Katten met nierfalen hebben vaak een tekort aan kalium in het bloed waardoor de kat zich sloom voelt en vaak slecht eet. Een kat met een sterk kalium tekort heeft een typische houding: een naar beneden gebogen kopHet is onduidelijk of een tekort aan kalium het nierfalen heeft veroorzaakt of andersom.
Wel is bekend dat een tekort aan kalium een verslechtering van de nierfunctie geeft. Het is daarom belangrijk om regelmatig kalium te controleren en zo nodig te behandelen met medicijnen.
Anabool steroiden
Katten met nierfalen kunnen door allerlei oorzaken bloedarmoede ontwikkelen. Het is belangrijk om dit regelmatig te controleren en zo nodig te behandelen.
Bloedrukmiddelen
Omdat nierfalen hypertensie kan geven en omdat een hoge bloeddruk het nierfalen verergert is het belangrijk om de bloeddruk regelmatig te controleren en indien nodig te behandelen. We geven hiervoor het medicijn Amlodypine.

Controles
Nadat bij het eerste consult nierfalen is geconstateerd zal door ons,op grond van de klachten en de urine- en bloedonderzoeken, de kat worden ingedeeld in een gradatie van nierfalen (stadium 1 t/m stadium 4). Aan de hand hiervan wordt een behandelplan opgesteld.
Regelmatige controles zijn erg belangrijk om uw kat klachtenvrij te houden en evt complicaties of achteruitgang snel te ontdekken. We laten in onze kliniek laten de nierpatiënten na 1 maand op controle komen. Bespreken hoe het gaat met de kat, meten de bloeddruk en er zal opnieuw bloed worden afgenomen. Ook controleren we de urine. Als blijkt dat het goed gaat met de kat dan vinden de volgende controles om de 3 maanden plaats.
Wanneer de eigenaar zich zorgen maakt of de gezondheid van de kat gaat achteruit dan controleren we de kat uiteraard eerder.